Het merendeel van de activiteiten van Joh. Enschedé in Amsterdam is gericht op papier. De eurobiljetten, andere bankbiljetten en postzegels worden gedrukt bij de divisie Security Print, overige drukactiviteiten vinden plaats bij de cluster Commercial Print in Amsterdam, Brussel en Antwerpen. IT & Consultancy is een zelfstandige afdeling (JE IT&C) die innovatieve communicatie en IT-oplossingen biedt. In het datacentrum van de business unit worden websites en applicaties van klanten gehost.
Strategisch heeft Joh. Enschedé in 1999 de focus verlegd van grafisch naar grafisch digitaal. In 2005 sloeg de onderneming een nieuwe richting in met JEA PLUS: het ontwikkelen en bouwen van digitale communicatieplatforms. Zo heeft de drukkerij voor de Universiteit Utrecht een digitaal platform gecreëerd, waarmee de universiteit jaarlijks snel en gemakkelijk haar studiegidsen kan wijzigen, en werken alle rechtbanken in Nederland met dit publicatieplatform.
Eind 2007 werd besloten dat het bestaande eigen datacenter grondig onder handen genomen moest worden. “Het was een moeilijk beheersbare structuur geworden, waar telkens een fysieke server bij werd gezet als er een klant bij kwam. We besloten het roer radicaal om te gooien en te kijken naar een totaal nieuwe IT-infrastructuur.”
De eerste stap die daarbij gezet werd, was het besluit om het eigen datacentrum in te ruilen voor een hosted datacentrum bij EvoSwitch, dat zich profileert als het eerste groene datacentrum van Nederland. De Graaff: “Behalve kosten besparen wilden we met energiereductie ook duidelijk maken dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus nemen. Daarnaast was een betere beheersbaarheid en eenvoudiger schaalbaarheid noodzakelijk om te kunnen blijven groeien.”
Onvermijdelijk
In 2008 werd samen met huisleverancier Dell besloten de bijna onvermijdelijke volgende stap te zetten naar virtualisatie van het datacenter, op basis van een VMware-platform. Na het besluitvormingsproces begin 2008 moest volgens ICT-manager Edwin van Voorbergen het echte werk pas beginnen.
“Alle beheerders moesten gecertificeerd worden voor VMware. Zij moeten er voor zorgen dat onze ontwikkelaars totaal geen verschil merken tussen een fysieke en een gevirtualiseerde omgeving. Datzelfde gold overigens ook voor het overzetten van alle websites en applicaties van onze klanten. Daar bleek uiteindelijk een van de grootste uitdagingen van het hele traject in te liggen.”
Na een reeks tests op gebieden zoals performance ging de nieuwe omgeving volledig live in oktober 2008. Daarbij was de ingebruikname van het VMware-platform nog relatief eenvoudig, aangezien het hier volgens De Graaff om een inmiddels behoorlijk beproefd concept gaat. “In de communicatie naar alle klanten hebben we de overstap vooral neergezet als een duidelijke verbetering. Dat onderdeel van het traject verliep ook vrij goed. De grootste uitdaging naast het upgraden en overzetten van alle klantapplicaties naar een gevirtualiseerde omgeving, was het opzetten van een goede backup-omgeving.”
Hobbels
Bij het opzetten van de noodzakelijke backup-omgeving (in dit geval een SAN-oplossing van Dell en EMC) kwam het projectteam van Dell en Joh. Enschedé volgens De Graaff de eerste hobbels tegen. Zo bleek in eerste instantie dat bij het virtualiseren van de backup-omgeving werd uitgegaan van één gevirtualiseerde server.
“Dat leverde het onverteerbare gevaar op van een single point of failure. We hebben toen enkele stappen terug moeten zetten om te kijken hoe we dat konden oplossen, zonder het voordeel van schaalbaarheid van een gevirtualiseerde backup-omgeving te verliezen. Daarnaast is een van de doelen van virtualisatie het snel kunnen bij schakelen van capaciteit. Die snelheid verlies je weer als je telkens opnieuw een backup-licentie moet kopen bij de komst van een nieuwe klant. Ook daar hebben we een oplossing voor moeten vinden.”
Een tweede moment waarop het projectteam een hobbel tegenkwam, was het migreren van alle applicaties van klanten. Joh. Enschedé is partner van Adobe en gebruikt voor zijn online applicaties Adobe Cold Fusion. Daarvan waren echter allerlei versies in gebruik. Joh. Enschedé IT & Consultancy besloot iedereen te upgraden naar versie acht. “Iedereen dezelfde versie betekent meer standaardisatie en dus een betere beheersbaarheid, dachten we,” stelt De Graaff. “Dat klopt ook wel, maar bij het upgraden in combinatie met het migreren van alle applicaties, bleek het erg moeilijk te zijn de benodigde tijd goed in te schatten. Maar we hadden daarover wel harde afspraken gemaakt met die klanten. Regelmatig moesten we dan ook alle zeilen bij zetten omdat een migratietraject langer bleek te duren dan we verwacht hadden.”
Garanties
Nu het nieuwe datacentrum inmiddels een klein half jaar volledig draait, doen volgens Edwin van Voorbergen de voordelen de hobbels snel vergeten. “De flexibiliteit en schaalbaarheid van de omgeving biedt zo veel meer mogelijkheden. We hebben een compleet nieuw ontwikkelproces kunnen opzetten waardoor we veel sneller digitale platforms kunnen uitrollen. Onze klanten kunnen we veel eenduidiger SLA’s aanbieden omdat we iedereen dezelfde garanties kunnen geven. Dat is niet meer afhankelijk van de gebruikte server of applicatie-versie. Omdat we de omgeving beter kunnen monitoren, kunnen we ook veel sneller ingrijpen als er toch iets mis gaat.”
Ook het voordeel van met minder ICT-beheerders hetzelfde werk kunnen doen, is uitgekomen. De Graaff: “In ons geval betekent dat met dezelfde groep beheerders onze bestaande klanten meer service kunnen bieden. Daarnaast houden we capaciteit over om sneller nieuwe klanten aan te nemen. Bovendien voelen we ons nu een stuk geruster met een state-of-the art serveromgeving.”
De Graaff heeft er alle vertrouwen in dat straks wellicht niet alleen externe activiteiten, maar ook de interne IT-omgeving van Joh. Enschedé onder IT & Consultancy gaat vallen. “En met het overzetten van al het dataverkeer naar één hosted datacentrum, is het hosten van al het communicatieverkeer dan een kleine volgende stap. Voorlopig zijn we in ieder geval nog lang niet klaar.”










