Recent onderzoek door The Economist Intelligence Unit, laat zien dat ‘green computing’ voor veel IT-afdelingen nog steeds bijzaak is. Als bedrijven de verantwoordelijkheid voor energie- en/of milieukwesties al op directieniveau beleggen, is dat in de meeste gevallen niet meer dan een neventaak. In slechts 7 procent van de gevallen ligt die neventaak bij de IT-directeur.

“Het beste wat een directie van een grote onderneming kan doen voor het milieu, is de IT-manager verantwoordelijk maken voor de elektriciteitsrekening”, zegt financieel directeur Pieter Dijkhuis van het ‘groene’ datacenter EvoSwitch. De technologische mogelijkheden om IT minder stroom te laten opslorpen, zijn er namelijk wel, maar zolang stroomverbruik overhead is, hebben de IT-verantwoordelijken tientallen andere prioriteiten, dan overstappen naar energiezuinige infrastructuur. 

Dijkhuis van EvoSwitch heeft makkelijk praten. Het nog maar een jaar oude datacenter EvoSwitch is energiezuinig ingericht. Een jaar na de start heeft het bedrijf al een kwart van het beschikbare vloeroppervlak verhuurd, aan klanten als NL-ix en Hyves. Natuurlijk zijn dat allemaal reuze klimaatbewuste ondernemingen, maar wat ongetwijfeld een minstens zo grote rol speelt, is het feit dat EvoSwitch door zijn lagere energieverbruik ook scherp geprijsd aanbiedt. Met andere woorden: om de kosten hoeven bedrijven green computing niet te laten. Waarom de meeste bedrijven het wèl laten, is het feit dat ze vastzitten in oude datacenters met infrastructuren uit de jaren negentig.

Grote besparingen zijn ook mogelijk door gebruik van hardware die – los van de opstelling – zelf ook energiezuinig werkt. Hardwaremerk Sun bijvoorbeeld maakt van de energiezuinigheid van zijn systemen een verkoopissue. Sun levert servers die – volgens Sun – de helft minder energie verbruiken dan de belangrijkste concurrenten. Een voordeel dat nog eens extra aantikt, omdat het datacenter daardoor ook weer minder koeling nodig heeft. Wie denkt dat die uit klimaatoogpunt aantrekkelijke Sun-computers wat aanschaf betreft wel dure computers zullen zijn, slaat de plank mis, want ze zijn ongeveer een derde goedkoper dan vergelijkbare systemen van bijvoorbeeld HP of IBM.

Dat Sun zijn opponenten nog niet volkomen van de markt heeft gevaagd, heeft alles te maken met ‘besturingssysteem lock-in’. Een organisatie die eenmaal op een bepaalde infrastructuur zit, zal niet snel overstappen want zo’n stap heeft immense beheerimplicaties: andere besturings- en netwerksoftware, misschien ook andere databasetechnologie, waarschijnlijk aanpassingen aan applicaties en in ieder geval een verschuiving in de kennis- en ervaringsbehoefte onder de medewerkers.

Nog veel grotere energiebesparingen zijn mogelijk door de computers op de werkplek te vervangen door thin clients, zonder eigen opslag en met een kleine zuinige processor die eigenlijk niets anders hoeft te doen dan de schermafhandeling te regelen en de invoer via muis en toetsenbord op te pakken en aan centrale server door te geven. Zo’n thin client hoeft niet meer dan 10 watt te verbruiken en veroorzaakt op serverniveau slechts een toename van de behoefte aan verwerkings- en opslagcapaciteit, die door schaalvoordelen in het niet valt in vergelijking met het verbruik van de desktopsystemen die er overbodig door worden. Maar ook hier geldt dat de overstap inspanningen en investeringbereidheid vergt, die zonder organisatorische inbedding op bestuursniveau niet van de grond zal komen.

Groei dwingt tot vergroening
Paradoxaal genoeg zou juist de groei in de vraag naar reken- en vooral opslagcapaciteit weleens een drijfveer voor overstap naar groene IT kunnen opleveren. Een voorbeeld van zo’n demand-gedreven beweging naar green computing is de beslissing van Rabobank Nederland, eerder dit jaar, om te migreren naar twee nieuwe klimaatneutrale datacenters. Een bestaand datacenter in Best wordt totaal vernieuwd; tegelijkertijd wordt in Boxtel de bouw voorbereid van wat het ‘groenste datacenter’ ter wereld moet worden. De overstap naar groene datacenters bij Rabobank is primair ingegeven door druk op de beschikbare datacentercapaciteit. CIO Rik op den Brouw: “De behoefte aan servercapaciteit neemt doorlopend toe binnen Rabobank. Vooral de behoefte aan opslag groeit snel.” De vraag naar de terugverdientijd van de tientallen miljoenen euro’s die met de vernieuwing in Best gemoeid zijn, schuift Op den Brouw dan ook terzijde met een ondubbelzinnig “We hebben geen keus.”